Download hier de PDF: Levensduur en MVO
Levensduur en MVO
Samenvatting
Pieter Winsemius vergeleek de huidige status van MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen) met een voetbalclub. Een voetbalclub die het uitstekend doet in de kantine en in de kleedkamer, maar die het op het veld bijzonder slecht doet. ‘We hebben nog een flinke weg te gaan’. Flexibiliteit in toepassing en een goede inhoudelijke discussie over levensduur levert potentieel veel op. Ook de sociale kant van MVO biedt nog een zee van ruimte voor verbetering.
Levensduur en MVO
Inleiding
Ondanks de enorme belangstelling lijkt iedereen het al vanzelfsprekend te vinden dat men ‘er al aan doet’. Lijvige documenten als apart jaarverslag of evenzo lijvige onderdelen van jaarverslagen moeten de indruk wekken alsof het feitelijk niet zo’n issue meer is; ‘alles is onder controle’. Horen we mensen met verstand van zaken (b.v. Anne-Marie Rakhorst) over de meest saillante voorbeelden van MVO dan valt eigenlijk op dat veel van de MVO projecten, of in de bouwwereld zijn te vinden, of dat het projecten zijn die een dusdanige opbrengst (return on investment) schijnen te hebben dat ze sowieso zouden zijn uitgevoerd.
Levensduur en flexibiliteit
In de bouwwereld is duurzaamheid vaak opportuun door de koppeling aan energievriendelijk bouwen. En natuurlijk, zonder enige twijfel, energievriendelijk is te kwalificeren als duurzaam; we gaan immers zuinig met de steeds schaarsere en steeds duurdere energie om. De vraag is echter of het echte MVO principe niet veel beter gediend is met flexibiliteit in de toepassing. We zien nu dat panden worden gesloopt die bepaald niet oud zijn. En we kunnen allemaal nog een paar panden bedenken die wij slooprijp achten. Ook aan projecten die absoluut niet meer aan de eisen van de tijd voldoen en die slooprijp zijn is geen gebrek. Er worden nog steeds nieuwe kantoorpanden gebouwd waarbij de oude panden worden verlaten en nieuwe worden betrokken. Waar behoefte aan is; is een som waarbij het netto effect van een nieuw pand met een aanzienlijke besparing wordt vergeleken met de invloed van de leegstand en de onvermijdelijke sloop van het oude pand.
Dit is geen pleidooi voor het uit de weg gaan van actie om MVO in alle facetten te implementeren, maar wel om levensduur en daarmee flexibiliteit in de toepassing zwaar te laten meewegen in discussies over de toepassing van MVO.
Immers, wat voor de bebouwde omgeving geldt, kan ook op allerlei andere terreinen van toepassing worden verklaard.
Flexibiliteit in toepassing
Laten we gedachten aan de modulaire opbouw van auto’s weer eens in de herinnering brengen. Bekijk het enorme potentieel van een kleine lichte auto die je gebruikt voor je woon-werkverkeer. In het weekend kan er een gezinsmodule aan worden gehangen (dus slim worden geïntegreerd) en bij een verbouwing een transportmodule. Een caravan voor in de vakantie, eventueel voor die toepassing uitgerust met een tweede (modulaire) motor.
Dit soort discussies zijn trouwens gevoerd bij de ontwikkeling van de SMART als ik mij niet vergis. Een enorm potentieel. Ook in levensduur en flexibiliteit in de breedte van de toepassing.
Wat te denken van White Goods (koelkasten, tv’s etc) waarbij je, als er een nieuwe energievriendelijker motor beschikbaar komt, de motor vervangt door een nieuwe, maar de complete kast laat staan. Ga even na wat dat scheelt, zeker als dan wordt vermeden dat je ook de complete keuken vervangt.
Pieter Winsemius gaf inspiratie aan de zachte kant van MVO. Hoe kan het dat de diversiteit in de groep belanghebbenden bij b.v. een Woningbouwvereniging niet gereflecteerd wordt in het bestuur van die vereniging. Eenzelfde vraag laat zich natuurlijk op allerlei andere aspecten rond de P van ‘people’ stellen. Is invloed verdeeld naar rato van de participanten? Denk aan mannen en vrouwen, jongeren en ouderen etc.
Conclusie
Met andere woorden, een vrijwel ongelimiteerd traject wat we kunnen aflopen als we bereid zijn grenzen van het traditionele denken te verleggen. Dat moet eigenlijk geen probleem zijn, ‘out of te box’ denken kunnen we toch ook allemaal al. Nou dan!
Robert J. (Bob) Fetter, juli 2008
De column is geïnspireerd door lezingen van Annemarie Rakhorst, Prof.dr. Pieter Winsemius en Ir. Ineke Walravens tijdens een TSM (Twente School of Management) Business School “super master class” in juni 2008.
Onze producten: